Het Schelde-estuarium

Het Schelde-estuarium is een aaneengesloten gebied (35.000 ha exclusief de zijrivieren) met bijzondere natuurwaarden. Binnen Europese en mondiale context telt het estuarium zeldzame landschappen en biotopen, waaronder de brak- en zoetwater-slikken en -schorren. De vermenging van zoute en zoete wateren binnen de waterkolom vormt de basis van bijzondere levensgemeenschappen.

De Natuurlijkheid in het Schelde-estuarium wordt beoordeeld op de kwaliteit en kwantiteit in twee redelijk gescheiden ecosystemen. Het eerste hoort globaal bij de Zeeschelde en is een zoetwatersysteem. Het tweede hoort bij benadering bij de Westerschelde en is een zout- en brakwatersysteem. Dit onderscheid kan gemaakt worden omdat blijkt dat beide gebieden relatief gescheiden voedselketens kennen, in ieder geval op de lagere niveaus van die ketens. De slibhuishouding en de waterkwaliteit zijn voor het systeem behorende bij de Zeeschelde de belangrijkste sturende grootheden. Voor het systeem behorende bij de Westerschelde is de morfologische dynamiek bepalend. De verwachtingen op korte termijn voor de natuurlijkheid van het estuarium zijn gebaseerd op een voortzetting van bestaande trends. Er worden voor de nabije toekomst geen ingrepen in het estuarien systeem verwacht, die op korte termijn de bestaande trends drastisch kunnen beïnvloeden.

In de afgelopen eeuwen zijn vele slikken en schorren langs de Schelde ingepolderd ten behoeve van de landbouw of veranderd in haven- en industriegebied. Vrijwel het hele zoute schorgebied is op die manier verdwenen. Grote inpolderingen staan niet op het programma, maar de erosie van schorren en slikken gaat nog door. De totale oppervlakte van het estuarium verandert echter niet. De zandplaten in de binnenbochten van de Westerschelde en de platen tussen de hoofd- en nevengeulen werden in de jaren 60 doorsneden door brede ondiepe geulen. Na de verdieping in de zeventiger jaren is een proces op gang gekomen waardoor deze zandplaten aaneen groeiden en hoger geworden zijn. Daarmee is ook het oppervlak aan ondiep water (belangrijk als kinderkamer voor jonge vis en garnaal) met een derde afgenomen. De slibrijke voedselgebieden voor vogels zijn tevens in oppervlak afgenomen. Op korte termijn zullen de meeste buitendijkse gronden (slikken, platen en schorren) onder een internationaal verdrag vallen (Ramsar Conventie, EU-Vogelrichtlijn, EU-Habitatrichtlijn). Heel wat slikken en schorren zijn reeds als natuurreservaat in beheer. De vaargeulen in de Westerschelde vallen buiten dergelijke richtlijnen, maar wel in de externe werking daarvan.

Oevers langs de Zeeschelde worden natuurvriendelijker geconstrueerd. Langs de Westerschelde voegt het natuurcompensatieprogramma voor de huidige verruiming in beperkte mate estuariene biotopen toe. Sinds de jaren zeventig is de waterkwaliteit in de Schelde langzaam verbeterd. Hierbij is vooral aandacht besteed aan het terugdringen van de organische belasting. Thans vindt ook actie plaats om de stikstof- en fosfaatvrachten in de waterloop te verminderen. Op korte termijn, wanneer de waterzuiveringinstallatie Brussel II gerealiseerd is, zal de waterkwaliteit verder verbeteren. Verwacht wordt dat dit positieve gevolgen zal hebben voor de rivier en het estuarium.

Van de dieren in het estuarium vormen de bodemdieren van de zand- en slikplaten een cruciale schakel binnen het estuariene voedselweb. Zij vormen de basis van de voedselpiramide en zijn bepalend voor het voedselaanbod voor vissen en vogels. Ook de populaties vissen, watervogels en zeehonden zijn relevante graadmeters voor de kwaliteit van het estuarium. Recent trekt de visstand in het Schelde-estuarium weer aan door een licht verbeterde zuurstofhuishouding. Trekvissen en typische zoetwatervissen worden weer in kleine aantallen gesignaleerd. Het Schelde-estuarium is als watergebied voor vogels van groot belang binnen Europa. Het aantal vogels dat in de herfst- en wintermaanden de Zeeschelde en haar oevers bezoekt neemt de laatste jaren toe. Ook de zeehondenpopulatie, die door jacht en de verslechterde waterkwaliteit bijna verdwenen was, lijkt begonnen aan een langzaam herstel.

Volledig ecologisch herstel van het Schelde-estuarium is voorlopig nog ver weg. Ondanks de verbeterde waterkwaliteit door de gerealiseerde waterzuiveringen blijft verontreiniging door diffuse bronnen bestaan. Ook de nalevering uit de sterk vervuilde bodem zal nog vele jaren aanwezig zijn.

De morfologische effecten van de huidige verruiming van de vaargeul worden onderzocht. Het onderzoek is gestart in 1996. Het loopt nog niet lang genoeg om op grond daarvan definitieve conclusies te trekken. De voorspellingen en eerste ontwikkelingen wijzen op een verandering van de verhouding tussen diep en ondiep water. De eventuele negatieve gevolgen daarvan voor de ecologische functies zullen pas op middellange termijn meetbaar worden.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.