Bergvinken

De patagonische bergvink

De familie der gorzen (Emberizidae) bestaat uit een aantal onderfamilies, waaronder de kardinalen (Cardinalinae), tangara’s (Thraupidae) en gorzen (Emberzinae) met een groot aantal geslachten en een nog groter aantal soorten (bijna duizend). Bergvinken (Phrygilus) worden ingedeeld in de onderfamilie van de echte gorzen.
Bergvinken komen voor in de Andes. Er zijn elf soorten, waarvan er een aantal voorkomt in het hooggebergte tot boven de 4000 meter. Maar er zijn er ook, die in een stuk lager gelegen gebieden leven. De Patagonische bergvink (Phrygilus patagonicus) komt voor in Chili en Argentinië. Dit is een vogel van ongeveer vijftien centimeter. Het vrouwtje is op de buik wat donkerder en heeft op de kop lichter grijs.

De Patagonische bergvink leeft in heesterachtige, dicht begroeide berghellingen en bergbossen. In het broedseizoen leven ze paarsgewijs, daarbuiten in groepjes. Ze komen voor tot op een hoogte van ongeveer 1800 meter. Hun voedsel, dat ze in struiken en ook Patagonische bergvinkwel op de bosbodem zoeken, bestaat uit zaden, bessen en insecten. Het nest van de Patagonische bergvinken bevindt zich meestal laag in de struiken. Het wordt door alleen het vrouwtje gebouwd uit twijgjes en plantenwortels en dergelijke. Het legsel bestaat uit 3 tot 5 eieren, lichtblauw van kleur en met paarsachtige vlekjes. Ze worden door het vrouwtje in haar eentje uitgebroed in dertien tot veertien dagen. Ook het verzorgen en grootbrengen van de jongen doet het vrouwtje in haar eentje. Als de jongen na ongeveer drie weken zijn uitgevlogen, wordt ze alsnog door het mannetje geholpen met het voeren van de jonge vogels, die een tweetal weken later zelfstandig zullen zijn. Waarna het vrouwtje vaak weer aan een nieuw nest begint.

Patagonische bergvinken kunnen worden gehuisvest in een ruime beplante buitenvolière; eventueel samen met soortgelijke vogels. Het zaadmenu voor deze vogels bestaat uit een mengsel van kanarie-, kruiden- en tropenzaad, aangevuld met eivoer, pas vervelde meelwormen, miereneieren en buffalowormpjes.