Vogels op Java

De witkraagtimalia

Bijna nooit werd de witkraagtimalia (Stachyris shorocica orientalis) geïmporteerd. Dit is een vogel, die niet algemeen voorkomt en alleen leeft op het oostelijk deel van het eiland Java. Deze vogels zijn ingedeeld bij de boomtimalia’s, een geslacht (Stachyris), dat bestaat uit ongeveer vierentwintig soorten, die in formaat sterk van elkaar verschillen en een grote variatie vertonen in kleur en tekening. De witkraagtimalia bereikt een lengte van achttien centimeter. Hij leeft bijna uitsluitend in dicht struikgewas en valt daardoor bijna niet op. witkraagtimaliaHet enige, waarmee hij zich verraadt, is zijn luide roep. Ze leven in kleine groepen en meestal niet samen met andere vogelsoorten. Hun voedsel bestaat uit allerlei soorten kruipende insecten, torren, sprinkhanen en dergelijke. In het dichte struikgewas bewegen ze zich hoofdzakelijk springend en lopend van tak naar tak voort. Vliegen doen ze vaak niet meer dan een paar vleugelslagen, al kunnen ze in geval van nood best een hele afstand vliegend afleggen. Laag boven de grond in het dichte struikgewas bouwen ze een stevig, komvormig nest. De legsels bestaan uit twee of drie witte eieren zonder tekening. Over het broedgedrag en de verdere verzorging van de jongen is tot nu niets bekend.

De azuurblauwe vliegenvanger

De azuurblauwe vliegenvanger (Hypothymis azurea) komt niet alleen maar op Java voor. Hij behoort tot de groep van monarchvliegenvangers, (onderfamilie Monarchinae). Het verspreidingsgebied van deze vogels ligt van India tot Zuid-China en de Filippijnen. De azuurblauwe vliegenvanger wordt zestien centimeter lang. Het vrouwtje verschilt van het mannetje, omdat bij haar de zwarte tekening ontbreekt en haar vleugels een wat meer bruinachtig vleugeldek hebben. Gewoonlijk komen deze vogels voor langs bosranden of in azuurblauwe vliegenvangerboomgroepen, die niet ver van het echte bos zijn verwijderd. Meestal leven deze vogels solitair, maar ze worden ook wel samen met een groep andere vogels gezien. Het zijn bijzonder levendige en actieve vogels, die uitsluitend leven van insecten, die ze in het gebladerte en tussen de takken vinden. Anders dan hun naam doet vermoeden, vangen ze geen vliegen. Dat doen hun naaste verwanten wel. Het nest wordt in dicht struikgewas niet al te hoog boven de grond gebouwd, grotendeels door het vrouwtje. Het legsel bestaat uit twee tot drie eieren. Over het broedgedrag van deze vogels is niet veel meer bekend dan dat mannetje en vrouwtje samen broeden en de jongen verzorgen. Broedresultaten in gevangenschap zijn niet bekend.

De witkeelijsvogel

Een soort, die op Java voorkomt, maar daar oorspronkelijk eigenlijk niet thuishoort, is de witkeelijsvogel (Halcyon smyrnensis). Die komt vanaf het Midden-Oosten via India tot in Zuid-China en op de Filippijnen voor en verder op Sumatra. Daar is het een algemeen voorkomende vogel. Op Java niet. De witkeelijsvogel behoort tot de bodemijsvogels (het geslachtHalcyon). Deze soort wordt tot achtentwintig centimeter lang en leeft niet uitsluitend langs de oevers van beken en dergelijke, maar wordt ook dikwijls in bossen en ook in het open veld aangetroffen. Ze leven solitair of in paren. Het zijn vogels met een Witkeelijsvogelduidelijk territoriumgedrag, die hun territorium fel verdedigen. Vanaf een hoge uitkijkpost speuren de vogels naar prooi, die bestaat uit hagedissen, grote sprinkhanen en andere grote insecten. Tenminste als de dieren zich in een bos ophouden. Bij het water eten ze, zoals het ijsvogels betaamt, vis. Een pas gevangen vis slaan ze met kracht tegen een tak om het dier te doden. Dat kan met zo’n kracht gaan, dat ze de vis in stukken slaan. Witkeelijsvogels broeden in oevers. Daarin wordt door de beide oudervogels een gang van bijna een meter gegraven. Aan het einde daarvan worden door het vrouwtje drie tot zeven eieren gelegd. Beide ouders bebroeden die eieren gedurende dertien dagen en verzorgen daarna samen ook de jongen. Na iets meer dan drie weken vliegen de jongen uit. Er worden verscheidene broedsels per jaar geproduceerd en tussen de legsels door maken de vogels hun nestholte schoon. De witkeelijsvogel is in een aantal dierentuinen tot broeden gekomen.

Deze drie vogelsoorten kunnen het beste gehouden worden in een ruime, goed beplante volière met daaraan grenzend een verwarmd binnenhok. Het voedsel voor deze vogels bestaat uit universeel voer en vooral grote aantallen, levende insecten als krekels, meelwormen en dergelijke. Vogelvoederhuisjes zijn hiervoor geschikt. Als aan de ijsvogels vis wordt gevoerd, produceren ze een vreselijk stinkende ontlasting.

Comments are closed.